Hulp bij je webhostingpakket of domeinnaam?

Handleidingen, tips, premium diensten of vraag één van onze experts.

Hoe beheer ik DNS-records in DirectAdmin?

DirectAdmin biedt de mogelijkheid om de DNS-gegevens voor je eigen domeinnamen te beheren. DNS (Domain Name System) is het systeem dat wordt gebruikt wordt om domeinnamen in IP-adressen om te zetten. Het is daarmee een belangrijk component van het internet. Je kunt het met een telefoonboek vergelijken, waarin ook nummers bij namen kunnen worden opgezocht.

Het DNS-systeem bestaat uit een groot aantal 'nameservers' verspreid over het internet. Ze beschikken allemaal over informatie van een klein stukje internet. Zo is er voor alle .NL-domeinnamen een server die vertelt waar gegevens over specifieke .NL-domeinnamen kunnen worden gevonden; bijvoorbeeld de nameservers van Antagonist. Vervolgens verwijzen deze weer door naar de juiste server waar het domein gevonden kan worden. Deze doorverwijzingen gaan ook weer door middel van DNS.

Aangezien DNS zo'n belangrijk onderdeel is van het internet, kan een verkeerde wijziging de website onbereikbaar maken. Voor een Alles-in-1-pakket is het daarom standaard niet mogelijk om zelf je DNS-gegevens te wijzigen. Resellers hoeven hier niets voor te doen, voor hen is het standaard ingeschakeld.

Als je geen ervaring hebt met het beheren van DNS, dan is het wellicht een goed idee om dit door iemand anders te laten doen. Zo kun je bijvoorbeeld per mail met onze helpdesk contact opnemen, zodat wij de betreffende wijzigingen voor je kunnen uitvoeren. Hiermee voorkom je dat je website onbereikbaar wordt door een per abuis onjuist uitgevoerde wijziging.

Ter kennisneming
Bij Alles-in-1-pakketten moet je 'DNS Management' handmatig inschakelen. Ga hiervoor in Mijn Antagonist naar 'Producten', klik op je pakket en daarna op 'DNS-beheer inschakelen'.

DNS Management (DirectAdmin)

Het DNS-beheer van de hoofddomeinnaam in DirectAdmin is onder de knop 'DNS Management' in het hoofdscherm van DirectAdmin te vinden. Merk op: host je meerdere websites op je pakket, klik dan na het inloggen eerst op de domeinnaam waarmee je aan de slag wilt.

Het beheren van DNS-records via 'DNS Management' in DirectAdmin.

Vervolgens kun je zelf records toevoegen door naast het gewenste type (zie Record-types) de benodigde gegevens in te voeren en op 'Add' te klikken. Je kunt records verwijderen door een vinkje naast een bestaand record te zetten en vervolgens onderaan op 'Delete Selected' te klikken.

Het aanmaken en verwijderen van DNS-records.

Heb je een DNS-wijziging aangebracht, dan kan het om technische redenen even duren voordat deze effectief wordt. Wacht dus even af als je niet direct resultaat van de wijziging ziet.

DNS-beheer voor aliassen en pointers

Het is ook mogelijk om DNS-records van aliasdomeinen (of domain pointers) aan te passen. Dit gaat als volgt:

1. Ga in DirectAdmin naar 'Domain Pointers' (onder de categorie 'Advanced Features').

DNS-records beheren van aliassen en pointers.

2. Klik naast de domeinnaam waarvan je wenst de DNS te beheren op de knop 'Manage' (in de kolom 'DNS').

Via 'Manage' pas je de DNS-records van een alias/pointer aan.

Domeinnamen invoeren

Een belangrijk aandachtspunt bij het wijzigen van DNS-gegevens, en iets dat vaak misgaat, is het juist invoeren van een domeinnaam. In DNS worden volledige domeinnamen altijd met een punt afgesloten (dus 'voorbeeld.nl.'). Doe je dit niet, dan wordt het als een subdomeinnaam gezien. Je kunt een subdomein dus op twee manieren opgeven:

subdomein 
subdomein.voorbeeld.nl.

Beide verwijzen uiteindelijk naar:

subdomein.voorbeeld.nl.
  • Een externe domeinnaam kan worden opgegeven door het met een punt af te sluiten: voorbeeld.nl.
  • IP-adressen worden ingevoerd met punten ertussen, maar hebben geen punt aan het einde: 123.45.67.89

Welke verschillende DNS-record zijn er?

In 'DNS Management' is het mogelijk om 'records' (adresregels) toe te voegen. Ieder record heeft zijn eigen functie. In de meeste gevallen zal een A-record, CNAME-record of MX-record aangepast moeten worden.

  • A-record
    Een A-record wordt gebruikt om een domeinnaam (of subdomein) naar een IPv4-adres door te verwijzen. Zo zal het onderstaande record het domein voorbeeld.nl doorsturen naar het IP-adres 123.45.67.89.
voorbeeld.nl. A 123.45.67.89
  • CNAME-record
    Een CNAME-record, of Canonical Name record, verwijst een domeinnaam door naar een andere domeinnaam: het aanmaken van aliassen. Zo verwijst bijvoorbeeld het onderstaande record het domein voorbeeld.nl naar hetzelfde IP-adres waar voorbeeld.nl naar verwijst.
voorbeeld.nl. CNAME voorbeeld.nl.

Een doorverwijzing naar een andere website kan in het algemeen niet met enkel een CNAME-record worden verzorgd, aangezien de server waar naar wordt verwezen ook geconfigureerd moet worden om deze domeinnaam te behandelen. In het algemeen is 'Site Redirection' een betere optie hiervoor.

  • MX-record
    MX-records (Mail Exchanger records) geven aan welke server(s) worden gebruikt voor de afhandeling van mail aan een specifieke domeinnaam. Omdat het mogelijk is om meerdere e-mailservers op te geven, is het ook mogelijk om een prioriteit aan een server toe te kennen. Als een server met prioriteit 10 niet beschikbaar is, dan wordt gekeken naar servers met prioriteit 20, et cetera. Ga je MX-records wijzigen, bekijk dan ook hoe je de lokale mailafhandeling uitschakelt.

De onderstaande record-types worden minder vaak gebruikt:

  • AAAA-record
    De AAAA-record is een uitbreiding op het A-record: deze is bedoeld voor IPv6-adressen. Deze wordt op het moment niet zoveel gebruikt, maar zal in de toekomst steeds meer worden toegepast.
  • NS-record
    Met NS-records kan aan worden gegeven welke nameservers moeten worden gebruikt voor de subdomeinen van het opgevraagde domein. Het wijzigen van het NS-record alleen is niet genoeg om eigen nameservers te gebruiken, omdat het alleen subdomeinen betreft.
  • SRV-record
    De SRV-record is een niet heel vaak gebruikt record om speciale services voor de domeinnaam in te stellen.
  • TXT-record
    Met TXT-records kan tekst toe worden gevoegd aan de DNS-gegevens voor extra opties. Dit wordt meestal gebruikt voor SPF (Sender Policy Framework), dat aangeeft welke mailservers namens een bepaald domein mogen mailen.

Een bijzonder type is de PTR-record. Dit record wordt gebruikt voor het instellen van 'Reverse DNS': het zoeken van een domeinnaam bij een IP-adres (andersom dus). Het is mogelijk om deze records via DirectAdmin in te stellen, maar op de servers van Antagonist zal dit niet werken en heeft het PTR-record geen effect.

Lokale mailafhandeling uitschakelen

Als je van een externe mailserver gebruikmaakt (bijvoorbeeld voor G Suite), dan moet onze server wel weten dat hij zelf geen e-mail meer voor dit domein moet behandelen. Als je dit niet doet, dan kan e-mail van bijvoorbeeld contactformulieren op de website niet aankomen.

Je kunt de lokale mailafhandeling als volgt in- of uitschakelen:

1. Ga in DirectAdmin naar 'DNS Management'.

2. Klik onderin het scherm op 'Modify MX Records'.

Klik onderin het scherm op 'Modify MX Records'.

3. Haal het vinkje weg bij 'Local Mail Server' en klik op 'Save'

Haal het vinkje weg bij 'Local Mail Server en klik op 'Save'.

Ter kennisneming
Je kunt de optie om de lokale mailafhandeling uit te zetten ook terugvinden als je in DirectAdmin op 'MX Records' (onder 'E-mail Management') klikt.

Wat is TTL?

De TTL of Time To Live is de tijd (in seconden) dat een record door een cache opgeslagen mag worden. Met andere woorden: hoe lager de TTL, hoe vaker er door anderen wordt gekeken of de DNS is bijgewerkt.

De TTL van 'negatieve' resultaten, dus het ontbreken van een record, is geregeld in het SOA-record en is niet door klanten aan te passen. De waarde hiervan zal variëren tussen 100 (ruim anderhalve minuut) en 3600 (1 uur).

 
Geen cookies