Praktische tips voor betere wifi!

Zonder een stabiel wifi-netwerk kan je website alsnog traag lijken op je smartphone of laptop. Ook al zijn onze servers nog zo snel, heb je het allerbeste glasvezelabonnement en is je caching optimaal… Hoewel je nooit tipt aan een bekabelde verbinding, kun je wel je wifi verbeteren. Graag geef ik je als netwerkbeheerder daarom wat praktische tips.

Handige tips om je wifi te verbeteren!

Als webhost worden we wel eens verward met een internetprovider (ISP). Best logisch, want het heeft allebei iets met internet te maken. Toch is het heel verschillend. Een ISP zorgt ervoor dat je toegang hebt tot het internet, waar wij je een plekje bieden op het internet voor een website. We hebben dus geen enkele impact op hoe goed je internetverbinding is. Vanwege onze interesse en netwerkachtergrond weten we er echter wel het nodige van. Vandaar dat we graag een aantal adviezen met je delen.

Meten is weten

Wellicht ben je hier terechtgekomen, omdat websites langzaam laden of je bij mooi weer wilt werken en videobellen in de tuin. De gebruikerservaring, ofwel de snelheid die je ervaart, is dan het allerbelangrijkst. Begin daarom eerst met een meting. Zo krijg je een beeld van de capaciteit van je netwerk en kun je controleren welke aanpassingen impact hebben op je snelheid.

De snelheid van je netwerk kun je eenvoudig testen via bijvoorbeeld Fast.com. Merk op dat dit getal mede afhankelijk is van hoeveel anderen op hetzelfde moment je internetverbinding gebruiken en je internetabonnement. Om een goed beeld te krijgen van de snelheid, is het belangrijk dat je eerst een nulmeting uitvoert op een bedrade verbinding. Test vervolgens de draadloze verbinding, bij voorkeur op een rustig moment.

Een draadloze verbinding zal nooit dezelfde snelheid en latency behalen als een bedrade verbinding. Maar om je netwerk zo goed mogelijk in kaart te brengen, is het handig om te weten of je bijvoorbeeld 1, 20, 500 Mbps haalt. Een wat lagere snelheid op grote afstand kan bijvoorbeeld acceptabel zijn voor het lezen van je e-mail, maar niet om grote bestanden te downloaden.

Luchtvervuiling aanpakken

Je moet weten wat er in de lucht zit. Welke draadloze netwerken zitten er in je omgeving en hoe sterk is het signaal op plekken waar je wil internetten? Hier zijn er voor vrijwel elk platform Wifi Analyzers beschikbaar. Deze apps geven een grafische voorstelling van de kanalen en signaalsterktes van netwerken in je omgeving. Persoonlijk gebruik ik vaak de app WiFiman. Voor Windows heb je bijvoorbeeld inSSIDer.

Deze apps kunnen je helpen om de lucht op te schonen. Zo zijn er apparaten die zelf wifi-netwerken uitzenden, zoals printers of Chromecasts. Als je deze niet gebruikt, kun je deze beter uitschakelen. Ook als je zelf access points plaatst en je het netwerk van je modem of mediabox niet gebruikt, kun je deze het beste uitzetten. Je doet dit in de instellingen van deze apparaten. De ruimte die hierbij vrijkomt, kun je weer gebruiken voor nuttige verbindingen.

Naast je eigen apparaten zijn er ook apparaten waar je minder invloed op hebt, zoals het netwerk van de buren. Helaas moet je hier vaak omheen werken en voor de minst slechte optie kiezen. Met een beetje geluk hebben de buren echter automatische instellingen gekozen en kan het probleem bij de volgende reboot van het apparaat verdwenen zijn. 

DNS-problemen onderzoeken

Het lag niet aan DNS. Het is onmogelijk dat het aan DNS lag. Hmm, het was DNS… Leer meer over DNS-problemen onderzoeken en oplossen!

Bekijk de tips →

De beste kanalen kiezen

Als je een beeld hebt gekregen van het kanaalgebruik, kun je zelf een kanaal gaan kiezen. Je kunt dit instellen door in te loggen op je router of access point. Voor 2.4GHz kun je het beste kanalen 1, 6 en 11 gebruiken. Deze overlappen niet en dat levert minder interferentie op. Kanalen die wel direct naast elkaar liggen, kunnen op elkaar storen waardoor je internet traag wordt. Je kunt dit zien als overlappende bogen. Minder interferentie betekent, heel kort door de bocht, beter bereik. 

Wifi verbeteren: kies de juiste kanalen.

Op 5GHz hoef je hier geen rekening mee houden, want daar overlappen de kanalen niet. Het is hier echter wel aan te raden om alleen kanalen 36, 40, 44 of 48 te gebruiken. De andere kanalen zijn zogeheten DFS-kanalen en worden gedeeld met onder andere weerradars. Hierdoor kan het soms nodig zijn dat ze (automatisch) wisselen van kanaal. 

Wat betreft de kanaalbreedte kun je op 2.4GHz het beste smalle kanalen aanhouden van 20MHz. Vrijwel alle apparaten die veel bandbreedte nodig hebben, zijn in de afgelopen jaren al uitgerust met 5GHz. Zo blijven alleen de langzame apparaten achter op de drukke 2.4GHz-band. Je hoeft niet per se het 2.4GHz- en het 5GHz-SSID een andere naam te geven. Je apparaten beslissen zelf welke van de twee het gunstigst is om mee te verbinden. Wel kun je dit op sommige prosumer-apparatuur wat helpen door band steering aan te zetten. 

Vermogen en de juiste plaatsing

Harder zenden is niet altijd een oplossing voor het verbeteren van je wifi. Het biedt misschien iets meer bereik, maar het kan er soms juist voor zorgen dat je netwerk langzamer wordt. Hoe slechter de ontvangst van het apparaat, hoe trager de verbinding. En hoe trager de verbinding, hoe langer alle andere apparaten op hun beurt moeten wachten. Het loont dus vaak om een extra access point op te hangen in plaats van het vermogen op te schroeven. 

Dan is er nog de plaatsing. Er zijn een aantal dingen die belangrijk zijn bij het plaatsen van access points. 2.4GHz draagt verder dan 5GHz. Dikke betonnen muren absorberen veel meer dan een gipswand. Wil je dat de kamer ernaast ook het signaal ontvangt? Zet of hang het access point dan zo veel mogelijk bij de deur. Let er bij de plaatsing dus goed op waar het signaal er wel of niet doorheen komt. 

Je netwerk uitbreiden?

Mocht je je netwerk willen uitbreiden, dan kun je het beste access points bijplaatsen. Deze zijn er hoofdzakelijk in twee soorten. De meest bekende is het bedrade access point. Hiermee voeg je letterlijk een extra toegangspunt aan je netwerk toe. Ook kun je sommige wifi-routers gebruiken als access point (bijvoorbeeld met OpenWRT). Daarnaast is er een groeiend aanbod aan mesh-access points. Deze hebben een tweede 5GHz-zender met goede antennes om onderling te communiceren. Eén van de access points is dan verbonden met het bedrade netwerk.

Wifi repeaters zijn doorgaans geen goede oplossing
Deze zorgen voor meer interferentie en hogere bezetting van je netwerk door pakketjes te herhalen. Zo wordt de ontvangst op de plek waar je het wilde misschien beter, maar maak je het netwerk in zijn geheel trager.

Succes met optimaliseren

Dit is slechts het topje van de ijsberg. Traag internet onderzoeken en het verbeteren van je wifi is altijd een uitdaging op maat die soms diepliggende issues naar boven brengt. Over wifi en draadloze netwerken in het algemeen valt daarom nog veel meer te vertellen. Hopelijk kun je met bovenstaande adviezen in elk geval al een flinke verbeterslag maken!

P.S. Op de hoogte blijven van alle artikelen, updates, tips en trucs die op ons blog verschijnen? Volg ons via Facebook, Twitter, Instagram, RSS en e-mail!

Deel App Tweet Mail Deel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *